Autisme en boosheid, een combinatie die vaak voorkomt en wat kan zorgen voor lastige situaties.
Als naaste van iemand met autisme voel je je vaak machteloos en zou je het liefste willen dat je in de huid van de persoon kon kruipen om hem of haar te begrijpen en of helpen. In dit bericht wil ik uitleggen waar de boosheid vandaan komt.
Boosheid, waar komt het toch vandaan?
Boosheid is een emotie die we net als blijdschap, verdriet en angst soms nodig hebben. De emotie boosheid wordt ingezet als verdediging en kan soms zelfs overgaan in agressie.
Boosheid ontstaat in sommige gevallen doordat er te veel irritatie wordt opgekropt, maar het kan ook worden ingezet als een soort ‘masker’ waarachter eigenlijk angst schuil gaat. Het lichaam ontlaadt bij boosheid negatieve gevoelens en soms is dat nodig om je daarna weer een stuk beter te voelen. Vergelijk het maar met een regenbui die de hemel weer doet opklaren. Sommige mensen worden sneller boos dan anderen. Over het algemeen wordt ervaren dat mensen met autisme snel boos worden. Waar komt dit vandaan en wat kunnen we ermee?
Eerder heb ik uitgelegd hoe zintuigenlijken prikkels vaak te sterk binnenkomen. Om te begrijpen waar boosheid bij mensen met autisme meestal vandaan komt, is het belangrijk dat je de werking van de hersenen van mensen met autisme begrijpt:
Informatie komt vaak te sterk ( en soms te zwak) binnen via de zintuigen.
Er worden lijntjes aangemaakt in de hersenen: Deze komen vaak met elkaar in de knoop.
De persoon met autisme heeft tijd nodig om deze lijntjes uit de knoop te halen.
De lijntjes komen uiteindelijk in een ‘cirkeltje’, als dit goed gaat werken de hersenen op de juiste manier samen en de informatie wordt gezien in de context van de situatie, daarna wordt er een interpretatie aan gegeven en volgt er een passende reactie.
Helaas gaat dit vaak fout doordat veel informatie met elkaar in de knoop zit.
Als het cirkeltje half of foutief gevormd wordt, volgen er onaangepaste of onduidelijke gedragingen en reacties.
Het is (bijna) noodzakelijk dat hier begrip voor is, van iedereen om de persoon met autisme heen. Daarom is het ook zo belangrijk dat steeds meer mensen weten wat autisme is en hoe je er mee om kunt gaan.
De boosheid bij autisme begint meestal met overprikkeling en gaat snel over in boosheid of agressie als er nog meer prikkels binnenkomen waar eigenlijk absoluut geen plaats meer voor is.
Voorbeeld van een kind met autisme:
Sofie is aan het tekenen met haar zusje, haar zusje pakt steeds de stiften die zij juist wil gebruiken (prikkels via de ogen, maar ook gezonde irritatie). Tegelijkertijd zit haar moeder aan de telefoon (prikkels die binnenkomen via de oren) en is haar vader aan het koken (prikkels die binnenkomen via de neus en de oren). Sofie is in haar hoofd hard bezig met het uit elkaar halen van alle lijntjes en het vormen van cirkeltjes. Niemand heeft dit door, ze zit namelijk ‘gewoon lekker te tekenen’.
Sofie begint haar frustratie over de stiften te uiten door met een harde stem te zeggen dat haar zusje lelijk tekent. Haar vader hoort dit en spreekt Sofie hier op aan, maar dat vindt Sofie oneerlijk want haar zusje was immers diegene die haar frustreerde door de stiften te pakken die zij wilde. Dit kan Sofie echter niet benoemen want dat cirkeltje heeft ze nog niet gevormd in haar hoofd. Sofie reageert geïrriteerd tegen haar vader en nu gaat haar moeder zich er ook mee bemoeien. Het hoofd van Sofie was al vol met prikkels en de stem van haar moeder erbij wordt te veel. Ze slaat met de deur en rent al schreeuwend naar boven.
Niemand begrijpt waarom Sofie zo heftig reageert op een “klein” probleem.
Wanneer je door de ogen van Sofie naar de situatie kijkt en rekening houdt met wat er zich allemaal in haar hoofd afspeelt zou je haar reactie kunnen begrijpen.
Dit is makkelijker opgeschreven dan in werkelijkheid gedaan. Elke situatie is weer anders en het is onmogelijk om altijd alle factoren die de boosheid veroorzaken op te vangen. Het is wel belangrijk dat je bij elke situatie de uitleg van de lijntjes en de cirkeltjes in je achterhoofd houdt. Daar ligt namelijk de basis van het ontstaan van boosheid. De persoon met autisme heeft baat aan begrip en soms hulp, uitleg nodig bij het uit de knoop halen van de lijntjes.
In bovenstaand voorbeeld was had Sofie de nood aan uitleg van haar ouders:
“Sofie, jij vindt het vervelend dat je zusje steeds de stiften pakt, dit doet ze niet expres, je kunt haar vertellen welke kleur je nodig hebt en vragen of jij die nu mag gebruiken.”bron: Jonneke Koekhoven