Veel mensen met autisme hebben te kampen met overprikkeling. De (zintuigenlijken) waarneming is anders omdat hun hersens anders werken. Veel van wat er om de persoon met autisme heen gebeurt komt ongefilterd binnen. Zeg maar gerust alles! De wasmachine die draait, een voorbijrijdende auto op straat, een naatje in de sokken dat kriebelt, een horloge dat ietwat knel, de buurman die zijn voordeur op slot draait, de rook van de BB van mensen in de straat, een stofje op de grond …. ALLES vraagt aandacht. ALLES! Ook al is het onbelangrijk.
En dit zijn dan voorbeelden van die iemand thuis op de bank zit. Hoe zal dat zijn in een drukke winkelstaat? Je zal toch ook een keer boodschappen moeten doen. Dit zijn een paar voorbeelden van de zintuiglijke waarneming. Mensen met autisme lopen dikwijls ook tegen, de voor hun minder vanzelfsprekende, sociale interacties aan. De verbale en non-verbale communicatie kan nogal eens voor onduidelijkheid en onbegrip zorgen.
Al deze “prikkels” vragen continu energie.
Bij een teveel aan prikkels kan er overprikkeling ontstaan. Overprikkeling geeft een stresservaring. Bij stress neemt het oerbrein de regie in het menselijk lichaam over (overlevingsmechanismen). De hormonen adrenaline en cortisol worden aangemaakt terwijl die eigenlijk alleen nodig en functioneel zijn in gevaarlijke en extreme stresssituaties. De hormonen blokkeren het denkvermogen en remmen de emoties. Dit is immers tegenwerkend bij echt en groot gevaar.
Mensen met autisme maken door overprikkeling dus dikwijls adrenaline en cortisol aan zonder dat er een gevaarlijke situatie is. Helder denken en emoties plaatsen kunnen dus geblokkeerd zijn in normale situaties. Daarnaast is de overbodige aanmaak van adrenaline en cortisol helemaal niet wenselijk voor het lichaam en kan fysieke klachten veroorzaken.
Het is dus noodzaak het aantal prikkels te doseren en vooral de opbouw van overprikkeling te herkennen. De opbouw is te vergelijken met een stoplicht.
Groen = Goed! Relaxed. Aanspreekbaar en ontspanen.
Oranje = Eerste signaal. Spanning neemt toe, irritatie.
Rood = Foute boel! Overprikkelt.
Bij toenemende spanning zal iedereen anders reageren. De een zal hoofdpijn krijgen. De ander heel vaak of juist niet meer naar het toilet kunnen. Weer iemand anders kan heel moe worden of juist het tegenovergestelde. Zweten, schreeuwen of dwingend worden ect, ect…
In de oranje situatie kom je of ben je in de buurt van het maximaal aanvaarbare aantal prikkels (rood). Je zou kunnen zeggen dat de emmer vol gaat raken. De aanleiding hoeft niet altijd duidelijk of aanwijsbaar te zijn. Hoe alerter je bent, wordt op mogelijke prikkels, hoe meer inzicht je krijgt wat jou prikkelt. Wanneer je meer ervaren bent met de stoplicht zal je merken dat oranje gradaties heeft.
Rood is overprikkelt en het overlevingsmechanisme (het oerbrein) heeft de regie in handen. Het is dan noodzaak uit de situatie te komen. Rust en veiligheid is het vaak enige wat helpt. Beter om niet in rood te komen! Het is de kunst om in groen of licht oranje te blijven. Zodra het donker oranje wordt bouw de toevoer van prikkels zo snel mogelijk af door een prikkelarmere plek op te zoeken.
Het herkennen en erkennen van overprikkeling en het verloop daarvan kan iemand met autisme een veel rustiger en aangenamer leven geven.